1 november 2012

Wat is parachutespringen

Parachutespringen of valschermspringen is het uitvoeren van een sprong uit een vliegtuig of ballon, gevolgd door een vlucht met een parachute en de landing. In het Engels spreekt men van skydiving.

De geschiedenis van het parachutespringen begint bij Andre-Jacques Garnerin die in 1797 een succesvolle parachute sprong maakt vanuit een heteluchtballon. Defensie in Amerika ontwikkelde parachutes om piloten aan boord van ballonnen en vliegtuigen te redden bij noodsituaties. Later werden parachutesprongen ook uitgevoerd als een manier om soldaten snel naar het inzet gebied te brengen. Parachutespringen in wedstrijdverband komt voor het eerst voor in de jaren 1930, waarna het in 1951 een internationale sport werd.

Parachutespringen wordt uitgevoerd als een recreatieve activiteit en als wedstrijdsport. Daarnaast komt parachutespringen voor bij de krijgsmacht (paratroepers, parachutisten, para’s of valschermjagers genoemd) en in sommige landen bij de brandweer op afgelegen locaties (bijvoorbeeld de Amerikaanse smokejumpers en de Russische dienst Avialesoochrana).

parachutespringen

Verschillende Disciplines in het parachutespringen

Parachutespringen als sport

Het sportparachutespringen vind plaats vanaf paracentra met een eigen landingsplaats voor parachutisten ofwel ‘dropzone. Vanaf een vliegveld exploiteren paracentra een of meerdere vliegtuigen die groepen skydivers naar boven brengt tegen een vergoeding. Op kleinere dropzones worden kleine vliegtuigen zoals een Cessna C-172 of C-182 gebruikt. Op de grotere dropzones worden vliegtuigen met een ruimere capaciteit gebruikt, zoals de Cessna Caravan C208, de Havilland Twin Otter DHC6 of Short Skyvan. Doorgaans wordt er uit vliegtuigen gesprongen, maar sporadisch ook uit luchtbalonnen of helikopters.

De meeste sprongen worden gemaakt uit een vliegtuig vanaf ongeveer 3800 meter (12.500 voet) hoogte met een vrije val van ongeveer een minuut voor het activeren van een parachute op ongeveer 800 meter (2500-3000 voet). Het restant van de vlucht duurt circa 5 minuten. Wanneer de parachute geopend is kan de parachutist de vliegrichting- en snelheid beïnvloeden door middel van de stuurlijnen die op de achterkant van de parachute zijn bevestigd en om daarmee een zachte landing op de dropzone te maken. Alle moderne sportparachutes zijn zelfopblazende “ram-air”-vleugels die in de besturing van de snelheid en de richting vergelijkbaar zijn met paragliders. Paragliders hebben een grotere lift en een groter bereik. Parachutes zijn ontworpen om de krachten bij het opengaan van de parachute in vrije val zo goed mogelijk te absorberen zodat springer en parachute veilig beneden komen.

Veiligheid

In Nederland worden zo’n 85.000 sprongen per jaar gemaakt. Vanwege de potentiele risico’s die samenhangen met het beoefenen van een luchtsport is parachutespringen overal ter wereld en zeker in Nederland goed gereguleerd. In Nederland ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij de afdelingen parachutespringen van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor de Luchtvaart (KNVVL). Alle in Nederland opererende paracentra zijn aangesloten bij deze afdeling die onder meer goedkeuring  voor opleidingen en de certificering van alle springers verzorgt.

Voor instructeurs, tandemmasters etc. gelden zware eisen die door middel van KNVVL examens worden getoetst en zo nodig periodiek worden gecheckt. Alleen met een geldige certificering kunnen instructeurs in Nederland opleidingen verzorgen of tandemsprongen maken.

Ondanks de goede regulering wordt parachutespringen door verzekeringsmaatschappijen gerekend tot de risicosporten waarvoor een aanvullende verzekering nodig is.

Opleidingen

Er zijn globaal gezien twee opleidingsmethoden voor parachutespringen die beide beginnen met een grondopleiding, die 1 à 2 dagen duurt:

  • AO (Automatische Opening): Hierbij wordt er vanaf een hoogte van 1000 meter (3500 voet) uit het vliegtuig gesprongen. De parachute is met een zogenaamde static line verbonden aan het vliegtuig. Deze static line zorgt ervoor dat de parachute zich automatisch opent wanneer de parachutist het vliegtuig verlaat. De opening van de parachute vindt plaats binnen drie a vier seconden na de ‘exit’ (het uitstappen). Parachutespringen door middel van automatische opening is solo, dus zonder tandemmaster. Meer weten? – ga naar opleidingen – AO.
  • AFF (Accelerated Free Fall): Hierbij springt de parachutist vanaf een hoogte van 3800 meter (12.500 voet). Na een vrije val opent de parachutist of de instructeur de parachute met de hand. Tijdens de opleiding is de zogenaamde ‘openingshoogte’ meestal zo rond de 1500 meter (5000 voet). Meer weten? – ga naar opleidingen – AFF.

Hiernaast bestaat nog het tandemspringen, dat in Nederland niet aan een opleiding verbonden is maar uitgevoerd kan worden na een korte briefing.

  • Tandem: Het duospringen wordt ook “tandemspringen” genoemd. Bij tandemspringen wordt een onervaren springer door middel van een harnas bevestigd aan een ervaren springer, vaak tandemmaster genoemd. De tandemmaster staat dan in voor het goede verloop van de sprong. Hij is ook de persoon die de parachute met de hand zal openen. Voordat men tandemmaster kan worden moet de aspirant tandemmaster aan een aantal eisen voldoen. Deze houden onder meer in dat hij of zij minimaal 3 jaar actief moet zijn in de sport, minstens 1000 vrije val sprongen en 5 uur vrije valtijd gemaakt moet hebben en minimaal een reserveprocedure uitgevoerd moet hebben. Tevens moet de aspirant tandemmaster het theorie en praktijkexamen met goed gevolg hebben afgelegd.
    Meer weten? – ga naar Tandemsprong.

Materiaal

Een parachutist maakt tijdens de sprong gebruik van een parachute uitrusting welke meestal bestaat uit vier materiaalcomponenten.

Para_gearDeze omvatten het harnas waarin de parachutist zit, een zogenaamde automatische opener (AAD, Automatic Activation Device), de hoofdparachute en de reserveparachute. Daarnaast wordt er een hoogtemeter meegenomen en meestal een brilletje (om de ogen te beschermen) en/of helm.

De hoogtemeter wordt gebruikt om tijdens de vrije val te bepalen op welke hoogte men zich bevindt. Mocht de parachutist niet in staat zijn de hoofdparachute of reserveparachute te openen, dan activeert de AAD op een hoogte van ongeveer 230 meter (750 voet) de reserveparachute.

Disciplines binnen het parachutespringen

Binnen het parachutespringen zijn er verschillende disciplines die men tijdens een sprong kan uitvoeren. Hieronder staat per discipline een korte beschrijving. Meer weten? – klik dan door via de items of deze pagina.

  • Formatie Springen – Er worden met twee of meer mensen figuren in de lucht gemaakt, zoals een cirkel of een vertakte figuur van mensen die elkaar vasthouden. Er zijn honderden figuren mogelijk. Het team kan winnen door zo veel mogelijk formaties te maken binnen een bepaalde tijd, die ook hier door een cameraman worden gefilmd. Formatiespringen word ook wel ‘platvallen’ genoemd omdat men tijdens formatie springen altijd met de buik naar beneden valt. Meer weten? – ga naar Formatie springen.
  • Freestyle – Een soort turnen in de lucht waarbij loopings en salto’s worden uitgevoerd. Hierbij springt soms een cameraman mee met de freestyler. Bij Freestyle valt de parachutist niet altijd met de buik naar beneden – hierdoor is de valsnelheid bij freestyle over het algemeen hoger dan bij formatie springen. Meer weten? – ga naar Freestyle.
  • Freeflying – Lijkt op freestylen, de valsnelheid bij freefly is net als bij freestyle hoger dan bij formatiespringen omdat figuren zoals head-down en stand-up uitgevoerd worden waarbij het lichaamsoppervlak dat wordt blootgeseteld aan luchtweerstand kleiner wordt. Freefly competitiesprongen worden minstens met 3 personen uitgevoerd (2 flyers + Cameraman). Meer weten? – ga naar Freeflying.
  • VFS – Vertical formation skydiving is een vrij nieuwe discipline binnen het skydiven. Hierbij worden in head-down en sitfly positie formaties (figuren) gemaakt zoals bij het formatie springen.
  • Canopy Formation – Ook hierbij worden figuren met groepen mensen uitgevoerd, maar pas als de parachutes geopend zijn. Meer weten? – ga naar Canopy relative work.
  • Precisiespringen – Ook wel PA-springen genoemd. Hierbij gaat het erom om in het midden van een elektronische schijf te landen (middenstip -de nul- heeft een diameter van 2 centimeter). Er wordt elektronisch gemeten tot 16 cm. Meer weten? – ga naar Precisie Landen.
  • Canopy Piloting – Dit is een relatief nieuwe discipline waarbij het de bedoeling is dat de parachutist vlak boven de grond een zo groot mogelijke afstand aflegt. Dit wordt wel “swoopen” genoemd. Meer weten? – ga naar Canopy Piloting.
  • Wingsuit vliegen – Hierbij maakt de skydiver gebruik van vleugels die tussen de armen en benen zitten waardoor er lift gecreëerd wordt en daarmee een langere vrijeval waarbij ook horizontale afstanden afgelegd kunnen worden. Waar bij een gewone vrije val de verticale snelheid ongeveer 190 km/u bedraagd (bij formatie springen) wordt deze bij het wingsuitvliegen beperkt tot ongeveer 80 km/u maar er wordt wel een horizontale snelheid bereikt van  200 km/u. Een en ander is afhankelijk van het gebruikte materiaal en de persoon die de discipline uitvoert.
  • Skysurfing – Hierbij maakt de skydiver gebruik van een skysurfboard om te “surfen” op de relatieve wind. Beginners beginnen met een klein bord en doen zo ervaring op om dan op een grotere maat over te schakelen.

De meest uitgevoerde disciplines zijn formatiespringen en freeflying.

Share